EKK Colourful Landscaping

Sint Baronstraat 7
8434 NS Waskemeer

Telefoon: 0516-420401
Mobiel: 06-22812612

E-mail: info@ekk-cl.nl
Website: www.ekk-cl.nl

KvK: 57592926
BTW: NL117992641B01

Werkwijze Inspiratie Portfolio
  • Ideeëntuin Tomkehôf Bijbelplaatsen
    Beleef de lente Beleef de zomer Beleef de herfst Beleef de winter
  •  
    Bijbelplaatsen
     
    Bloemlezing bijbelplaatsen over bomen, bloemen, planten, tuinen

    Daar ik probeer te leven vanuit bijbelse principes, heb ik gezocht naar bijbelverzen die raakvlakken hebben met mijn vakgebied.

    De hieronder geciteerde verzen zijn slechts een greep uit de vele bijbelplaatsen, waar over bomen, bloemen, planten, tuinen etc. wordt geschreven. Ik zal af en toe aanvullingen plaatsen.

    Zoekt u de verzen die u aanspreken eens op en laat u verrassen!

    Wie suggesties heeft voor aanvullingen die beslist ook genoemd moeten worden, nodig ik van harte uit, deze aan mij door te geven.

    Oude testament (vertaling NBG 1951).
    Genesis 1 : 11 – 12: En God zeide: Dat de aarde jong groen voortbrenge, zaadgevend gewas, vruchtbomen, die naar hun aard vruchten dragen, welke zaad bevatten, op de aarde; en het was alzo. En de aarde bracht jong groen voort, gewas, dat naar zijn aard zaad geeft, en geboomte, dat naar zijn aard vruchten draagt, welke zaad bevatten. En God zag dat het goed was.

    Genesis 2 : 9: Ook deed de Here God allerlei geboomte uit de aardbodem opschieten, begeerlijk om te zien en goed om van de eten; en de boom des levens in het midden van de hof, benevens de boom der kennis van goed en kwaad.

    Numeri 17 : 8: Toen Mozes de volgende dag de tent der getuigenis binnenging, zie, de staf van Aäron, voor het huis van Levi, bloeide; hij had bloesem voortgebracht, bloemen gedragen en amandelen doen rijpen.

    Richteren 9 : 8 – 15: Eens begaven de bomen zich op weg om een koning over zich te zalven en zij zeiden tot de olijfboom: wees toch koning over ons! Maar de olijfboom zeide tot hen: zou ik de vettigheid prijsgeven, welke God en mensen in mij eren, om te gaan zweven boven de bomen?Toen zeiden de bomen tot de vijgeboom: welaan, wees gij koning over ons! Maar de vijgeboom zeide tot hen: zou ik mijn zoetigheid prijsgeven en mijn goede vruchten, om te gaan zweven boven de bomen? Toen zeiden de bomen tot de wijnstok: welaan, wees gij koning over ons! Maar de wijnstok zeide tot hen: zou ik mijn most prijsgeven, die God en mensen vrolijk maakt, om te gaan zweven boven de bomen? Toen zeiden al de bomen tot de doornstruik: welaan, wees gij koning over ons! En de doornstruik zeide tot de bomen: indien gij mij werkelijk tot koning over u wilt zalven, komt dan en schuilt in mijn schaduw; maar zo niet, dan zal er vuur uitgaan van de doornstruik en de ceders van de Libanon verslinden.

    Job 14 : 2: Als een bloem ontluikt hij en verwelkt, als een schaduw vliedt hij heen en houdt geen stand.

    Job 14 : 7 – 8: Want voor een boom blijft er nog hoop; wordt die omgehouwen, hij loopt weer uit, en zijn nieuwe scheuten blijven niet achterwege. Wanneer zijn wortel in de aarde veroudert en zijn tronk in de grond afsterft, dan bot hij weer uit, zodra hij water ruikt, en schiet twijgen als een jonge plant.

    Psalm 23 : 1: De Here is mijn herder, mij ontbreekt niets; Hij doet mij nederliggen in grazige weiden.

    Psalm 29 : 5: De stem des Heren breekt ceders, ja, de Here verbreekt de ceders van de Libanon.

    Psalm 80 : 9 – 12: Gij hebt een wijnstok uit Egypte uitgegraven, Gij hebt volken verdreven en hém geplant. Gij hebt (de grond) voor hem toebereid, zodat hij wortelen schoot en het land vulde. Bergen waren met zijn schaduw bedekt, en ceders Gods met zijn twijgen; hij breidde zijn takken uit tot aan de zee, zijn scheuten tot aan de Rivier.

    Psalm 52 : 10: Maar ik ben als een groenende olijfboom in het huis van God; ik vertrouw op Gods goedertierenheid, altoos en immer.

    Psalm 90 : 4 – 6: Want duizend jaren zijn in uw ogen als de dag van gisteren, wanneer hij voorbijgegaan is, en als een nachtwake. Gij spoelt hen weg; zij zijn als een slaap in de morgen, als het gras dat opschiet; in de morgenstond bloeit het en het schiet op, des avonds verwelkt het en het verdort.

    Psalm 92 : 13 – 16: De rechtvaardige zal groeien als een palmboom, opschieten als een ceder van de Libanon; geplant in het huis des Heren groeien zij in de voorhoven van onze God; zij zullen in de ouderdom nog vrucht dragen, fris en groen zullen zij zijn; om te verkondigen, dat de Here waarachtig is, mijn rots, in wie geen onrecht is.

    Psalm 103 : 15: De sterveling – zijn dagen  zijn als het gras, als een bloem des velds, zo bloeit hij; wanneer de wind daarover is gegaan, is zij niet meer, en haar plaats kent haar niet meer.

    Psalm 126 : 5 – 6: Wie met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien. Hij gaat al wenende voort, die de zaadbuidel draagt; voorzeker zal hij komen met gejuich, dragende zijn schoven.

    Prediker 12 : 1, 5: Gedenkt dan uw Schepper in uw jongelingsjaren, voordat de kwade dagen komen en de jaren naderen, waarvan gij zegt: Ik heb daarin geen behagen;…….op de dag, dat men ook vreest voor de hoogte, en er verschrikkingen op de weg zijn, de amandelboom bloeit, ….

    Hooglied 2 : 1 - 3: Ik ben een narcis van Saron, een lelie der dalen. Als een lelie tussen de distelen, zo is mijn liefste onder de jonge meisjes. Als een appelboom onder de bomen des wouds, zo is mijn geliefde onder de jonge mannen.

    Hooglied 2 : 12 – 13: De bloemen vertonen zich op het veld, de zangtijd is aangebroken, en ’t gekir van de tortel wordt gehoord in ons land. De vijgeboom laat zijn vroege vrucht zwellen, en de wijnstokken in bloei geven geur.

    Hooglied 2 : 16 – 17a: Mijn geliefde is van mij en ik ben van hem, die te midden der leliën weidt, tot de avond wind waait en de schaduwen vlieden.

    Hooglied 4 : 5: Uw beide borsten zijn als tweelingjongen van gazellen, die te midden van de leliën weiden.

    Hooglied 4 : 13: Wat uit u opspruit, is een lusthof van granaatappelbomen, met kostelijke vruchten, hennabloemen en nardusplanten, nardus en saffraan, kalmus en kaneel, met allerlei wierookstruiken, mirre en aloë.

    Hooglied 5 : 13: Zijn wangen zijn als balsembedden, perken van kruiden, zijn lippen zijn leliën, druipend van vloeiende mirre.

    Hooglied 6 : 2 – 3: Mijn geliefde is afgedaald naar zijn hof, naar de balsembedden, om zich te vermeien in de hoven, om leliën te plukken. Van mijn geliefde ben ik en van mij is mijn geliefde, die te midden der leliën weidt.

    Hooglied 6 : 11: Naar de notenhof daalde ik af om te zien naar de bloesems van het dal, om te zien of de wijnstok botte, de granaatappelbomen bloeiden.

    Hooglied 7 : 2: Uw navel is een welgerond bekken, waaraan geen gemengde wijn ontbreke; uw schoot is een tarwehoop, omzoomd met leliën.

    Hooglied 7 : 11 – 13: Kom, mijn geliefde, laten wij uitgaan naar het veld, laten wij vernachten tussen de hennabloemen. Laten wij vroeg naar de wijngaarden gaan en zien of de wijnstok uitbot, of de bloesems zijn opengesprongen, de granaten bloeien. Daar zal ik u mijn liefde geven. De liefdesappelen geven hun geur, en bij onze deuren groeien allerlei kostelijke vruchten, jonge en oude: ik heb ze voor u, mijn geliefde, bewaard.

    Jesaja 35 : 1 – 2a: De woestijn en het dorre land zullen zich verblijden, de steppe zal juichen en bloeien als een narcis; zij zal welig bloeien en juichen, ja, juichen en jubelen.

    Jesaja 40 : 6 – 8: Hoor, iemand zegt: Roep. En de vraag klinkt: Wat zal ik roepen? – Alle vlees is gras, en al zijn schoonheid als een bloem des velds. Het gras verdort, de bloem valt af, als de adem des Heren daarover waait. Voorwaar, het volk is gras. Het gras verdort, de bloem valt af, maar het woord van onze God houdt eeuwig stand.

    Hosea 14 : 6 – 8: Ik zal zijn als de dauw voor Israël, hij zal bloeien als een lelie, en zijn wortelen uitstrekken als de Libanon. Zijn loten zullen uitlopen; zijn pracht zal zijn als die van een olijfboom en zijn geur als die van de Libanon. Zij die in zijn schaduw wonen, zullen weer koren verbouwen. Ja, zij zullen bloeien als een wijnstok, beroemd als de wijn van de Libanon.

    Habakuk 3 : 17 – 18: Al zou de vijgeboom niet bloeien, en er geen opbrengst aan de wijnstokken zijn, de vrucht van de olijfboom teleurstellen; al zouden de akkers geen spijs opleveren, de schapen uit de kooi verdreven zijn en er geen runderen in de stallingen zijn, nochtans zal ik juichen in de Here, jubelen in de God van mijn heil.

    Nieuwe testament (Voorhoeve- of Telos-vertaling).
    Mattheüs 13 : 31 – 32: Een andere gelijkenis hield Hij hun voor en zei: Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mosterdzaad, dat een mens nam en in zijn akker zaaide; het is wel kleiner dan alle zaden, maar als het is opgegroeid, is het groter dan de groenten en wordt een boom, zodat de vogels van de hemel in zijn takken komen nestelen.

    Mattheüs 17 : 20: Hij nu zei tot hen: Vanwege uw kleingeloof; want voorwaar, Ik zeg u: als u een geloof hebt als een mosterdzaad, zult u tot deze berg zeggen: Verplaats u van hier daarheen, en hij zal zich verplaatsen; en niets zal u onmogelijk zijn.

    Markus 4 : 30 – 31: En Hij zei: Hoe zullen wij het koninkrijk van God vergelijken, of met welke gelijkenis zullen wij het voorstellen? Als een mosterdzaad, dat wanneer het op de aarde wordt gezaaid, kleiner is dan alle zaden die op de aarde zijn; en wanneer het is gezaaid, komt het op en wordt groter dan alle groenten en maakt grote takken, zodat de vogels van de hemel onder zijn schaduw kunnen nestelen.

    Lukas 13 : 18 – 19: Hij zei dan: Waaraan is het koninkrijk van God gelijk en waarmee zal Ik het vergelijken? Het is gelijk aan een mosterdzaad, dat een mens nam en in zijn tuin zaaide; en het groeide op en werd tot een grote boom, en de vogels van de hemel nestelden in zjin takken.

    Lukas 17 : 6: De Heer echter zei: Als u een geloof hebt als een mosterdzaad, zou u tot deze moerbeiboom zeggen: Word ontworteld en in de zee geplant; en hij zou u gehoorzamen.

    Lukas 21: 29 – 30: En Hij sprak een gelijkenis tot hen: Zie de vijgeboom en alle bomen; wanneer zij al uitlopen en u dit ziet, dan weet u uit uzelf dat de zomer al nabij is.

    Jakobus 1 : 9 – 11: Laat de geringe broeder echter roemen in zijn hoogheid, en de rijke in zijn geringheid, omdat hij als een bloem van het gras zal vergaan. Want de zon gaat op met haar hitte en doet het gras verdorren, en zijn bloem valt af en de schoonheid van haar uiterlijk gaat verloren; zo zal ook de rijke in zijn wegen verwelken.

    1 Petrus 1 : 24 – 25: Want: ‘Alle vlees is als gras en al zijn heerlijkheid als een bloem van het gras. Het gras verdort en de bloem valt af, maar het woord van de Heer blijft tot in eeuwigheid’. Dit nu is het woord dat u verkondigd is.





Webdesign verzorgd door © Aksint